Het auteursrecht

Auteursrecht

ALS AUTEUR WORDT u beschermd door de Auteurswet. Hieruit vloeien rechten en plichten voort. Dit geldt voor u als maker, maar ook voor de gebruiker. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste rechten en plichten uit de Auteurswet.

Om auteursrecht te verkrijgen hoeft er aan geen enkele formaliteit te worden voldaan. Het auteursrecht ontstaat automatisch. Het is wel noodzakelijk dat het gecreëerde werk origineel is en een eigen persoonlijk stempel van de maker heeft. Ook moet het visueel waarneembaar zijn. Het is dus niet nodig om het copyright-teken toe te voegen of een werk te registeren om auteursrecht te krijgen. Met copyright wordt overigens hetzelfde bedoeld als met auteursrecht.

Als auteur kunt u zelf bepalen wat er met uw werk gebeurt. Voor elke vorm van verspreiding dient een rechthebbende expliciet toestemming te geven. Het maakt niet uit of dit werk wordt verspreid in boekvorm, via de radio, televisie, via internet of via welk ander medium dan ook. Deze gang van zaken wordt geregeld in de Auteurswet. Hierin staat dat een maker het recht heeft om een werk te verveelvoudigen en openbaar te maken. U mag hiervoor een vergoeding vragen. Als auteur heeft u dus een middel in handen om werk te exploiteren, zodat u hiervan de vruchten kunt plukken.   

De maker

IN BEGINSEL KOMT het auteursrecht toe aan de maker van het werk. In het geval van meerdere makers die samen een werk creëren, ontstaat voor iedere maker afzonderlijk auteursrecht op het totale werk. Tenzij de bijdragen te scheiden zijn, bijvoorbeeld in tekst en beeld. Dan ontstaat er auteursrecht op de afzonderlijke delen. Indien een werk in dienstverband wordt gemaakt ligt de zaak anders. In dit geval wordt de werkgever als de maker van het werk beschouwd. Daarom krijgt deze hierdoor automatisch het auteursrecht. Tenzij hierover contractueel iets anders is afgesproken. Freelance tekstschrijvers hebben in beginsel het auteursrecht op hun werk, ook als het werk in opdracht van derden is geschreven. Dit is niet het geval als een maker zijn rechten aan de opdrachtgever heeft overgedragen, dan is deze de auteursrechthebbende. 

Openbaar maken en verveelvoudigen

EEN AUTEUR HEEFT het exclusieve recht op openbaarmaking en verveelvoudiging van zijn werk. Maar wat is dit nu precies?

Openbaar maken

Er zijn vele manieren waarop een openbaarmaking van een werk kan plaatsvinden. Een voorbeeld is de opvoering van een werk in een theater, schouwburg of literair café. In principe is elke op- of uitvoering buiten de huiselijke kring een openbaarmaking. Ook het uitzenden van werken via radio of televisie is een vorm van openbaar maken. En als die radio- en televisiesignalen vervolgens via kabelnetten worden verspreid, levert ook dit weer een openbaarmaking op.

Verveelvoudigen

Met het verveelvoudigen van werken wordt bedoeld het vastleggen ervan op beeld- en geluidsdragers of andere informatiedragers. Bijvoorbeeld het vastleggen van toneelwerken en opera’s op dvd, hoorspelen op audio, het drukken van een literair werk, maar ook het vastleggen ervan op bijvoorbeeld een usb-stick.

Voor het openbaar maken en/of verveelvoudigen van een werk, op welke manier dan ook, is vooraf toestemming vereist van de auteursrechthebbende. Deze kan toestemming verlenen – al dan niet tegen een vergoeding – maar ook weigeren.

Een vertaling

EEN VERTALING IS op zichzelf een auteursrechtelijk beschermd werk. Dit houdt in dat de vertaler de houder van het auteursrecht op de vertaling is. De vertaling is immers een originele nieuwe creatie met een persoonlijk stempel van de maker. Maar een vertaling is wel een verveelvoudiging van het origineel. Een vertaler moet dus toestemming krijgen van de auteur van het origineel om de vertaling te mogen verspreiden. Dit kunt u als auteur zelf regelen, maar meestal doet de uitgever dat.

Individueel of collectief

IN DE IDEALE situatie kunt u als auteur individueel met alle gebruikers van uw werk specifieke afspraken maken. Zo kunt u de exploitatie en de ontwikkeling van uw werk beheersbaar maken. Maar door de grote veranderingen in de (digitale) exploitatievormen is dat individueel nauwelijks meer te doen. Een auteur kan bijvoorbeeld niet zelf bijhouden of zijn werk via de kabel wordt verspreid of hoe vaak zijn boek wordt uitgeleend bij de bibliotheek. Bij dergelijke collectieve rechten helpt Stichting Lira auteurs de vergoeding te krijgen waarop ze recht hebben.

Overdracht en licentie

ALS AUTEURSRECHTHEBBENDE KUNT u anderen toestemming geven om een werk te gebruiken – doorgaans gebeurt dat tegen betaling. Er wordt dan meestal gesproken van een licentie. Het recht blijft bij de maker, maar deze geeft een deel van zijn bevoegdheid uit handen. Het is dus geen ‘uitsluitend’ recht waarbij de licentiehouder alle zeggenschap heeft over een werk. Als auteur geeft u alleen toestemming aan een ander om iets te doen met uw werk. Zo is het mogelijk een uitgever toestemming te geven om een boek als luisterboek uit te brengen. U houdt dan zelf zeggenschap, alleen geeft u de uitgever toestemming om uw werk te exploiteren, meestal tegen een vergoeding. Dit is mogelijk voor allerlei verschillende exploitatievormen. Er kunnen dus meerdere licenties, eventueel aan verschillende partijen, verleend worden voor hetzelfde werk. 

Een ingrijpender vorm om anderen toestemming te geven een werk te gebruiken, is het overdragen van auteursrecht. Zo kunt u uw auteursrecht overdragen aan een uitgever, omroep, toneelgezelschap, filmproducent of aan een collectieve belangen organisatie zoals Lira. Het kenmerk van overdracht is dat degene aan wie de rechten worden overgedragen voortaan zeggenschap krijgt over het verdere gebruik van een werk. Het is dan bijvoorbeeld niet meer mogelijk om zelf op te treden tegen inbreuk. In het geval van overdracht van uw rechten aan Lira treedt Lira op tegen misbreuk van auteursrecht(en). Indien misbruik wordt geconstateerd, kan dit altijd gemeld worden.  Bij overdracht blijft het persoonlijkheidsrecht nog wel bij de maker berusten, tenzij dit ook (gedeeltelijk) wordt overgedragen. Een overdracht moet schriftelijk gebeuren.

Duur

HET AUTEURSRECHT VERVALT zeventig jaar na de dood van de maker, te rekenen vanaf de eerste januari, volgende op het jaar waarin de maker is overleden. Gaat het om een anoniem of om een onder pseudoniem verschenen werk of werk van een rechtspersoon, dan is de termijn van bescherming zeventig jaar vanaf de eerste openbaarmaking. Na het verstrijken van deze termijn wordt het werk rechtenvrij. Dit houdt in dat er dan geen toestemming van de rechthebbende meer nodig is om het werk te mogen gebruiken. Indien de auteursrechthebbende eerder is overleden, gaat het auteursrecht over op zijn erfgenamen. 

Persoonlijkheidsrecht

HET AUTEURSRECHT BESTAAT uit twee delen. Naast het (commerciële) exploitatierecht hebben makers ook persoonlijkheidsrechten op hun werk. Deze worden ook wel het morele recht genoemd. Dit recht bestaat uit bevoegdheden die toezien op het immateriële belang van de maker. Kort gezegd komt het erop neer dat een  maker van een werk zich kan verzetten tegen publicatie zonder naamsvermelding, tegen publicatie van een werk onder andere naam of met een nieuwe titel, en tegen elke wijziging of verminking – tenzij het verzet van de maker als onredelijk wordt gezien. 

Tussen de auteur en zijn werk bestaat een persoonlijke relatie. Dit persoonlijkheidsrecht is dan ook niet los te denken van de maker en daarom niet overdraagbaar, zelfs niet als de exploitatierechten zijn overgedragen. Wel is het mogelijk om voor een gedeelte afstand te doen van persoonlijkheidsrechten. Maar volgens de Auteurswet houdt een maker altijd het recht om zich tegen misvorming, verminking of andere aantasting van een werk te verzetten. Indien de maker wil dat bij zijn overlijden ook de persoonlijkheidsrechten overgaan op zijn erfgenaam, dan dient dit expliciet door middel van een testament of codicil kenbaar te worden gemaakt. Dit in tegenstelling tot het exploitatierecht, dat automatisch overgaat.

Inbreuk

ER IS SPRAKE van inbreuk op auteursrechten als er zonder toestemming van de rechthebbende werk openbaar wordt gemaakt of verveelvoudigd. Dit is bijvoorbeeld het zonder toestemming op de markt brengen van een boek als luisterboek. Dit is immers een nieuwe vorm van exploitatie, dus hiervoor is toestemming vereist. Maar ook het overnemen van een werk op internet zonder toestemming is een vorm van inbreuk. 

Dankzij het auteursrecht kan verdere verspreiding van werk verboden worden als er sprake is van inbreuk. Ook kan er een vergoeding gevraagd worden voor de geleden schade. Als de maker zijn auteursrecht aan een ander heeft overgedragen, kan hij alleen optreden tegen handelingen waarmee zijn persoonlijkheidsrechten worden geschonden, zoals het ontbreken van een naamsvermelding. Als u zelf inbreuk op uw auteursrechten constateert, dan kunt u contact opnemen met Lira.

Plagiaat

HET BEGRIP PLAGIAAT komt in de Auteurswet niet voor. Het wordt gebruikt als een werk zonder naamsvermelding van de oorspronkelijke auteur wordt gepubliceerd. Het gevolg is dat de pleger van plagiaat het doet voorkomen alsof iets zijn eigen oorspronkelijk werk is. Op internet wordt nogal eens, al dan niet bewust, plagiaat gepleegd. Vaak worden teksten overgenomen zonder bronvermelding op weblogs of nieuwssites. 

Plagiaat is niet hetzelfde als inbreuk op het auteursrecht. Het simpel kopiëren van een tekst met naamsvermelding van de auteur is niet genoeg om schending van het auteursrecht te voorkomen. Als er bijvoorbeeld op internet een tekst wordt overgenomen en er staat wel een naamsvermelding bij de tekst maar de toestemming van de auteur ontbreekt, dan is er geen sprake van plagiaat maar wel van inbreuk op het auteursrecht. Vaak is plagiaat dus ook inbreuk op het auteursrecht. Als het auteursrecht is verlopen, mag het werk vrij worden gekopieerd. Desondanks kan er dan nog steeds sprake zijn van plagiaat in het geval de auteur niet wordt vermeld.

Citaatrecht

EEN BELANGRIJKE UITZONDERING in de auteurswet is het citaatrecht. Dit maakt het mogelijk werk van anderen over te nemen, maar wel gebonden aan regels. Citeren is geoorloofd zonder toestemming van de maker van een werk, wanneer er rekening wordt gehouden met de persoonlijkheidrechten van de maker(s) zoals bron- en naamsvermelding. Ook dient het werk waaruit geciteerd wordt eerder al rechtmatig openbaar gemaakt te zijn.  

Van citeren is sprake wanneer het overgenomen gedeelte inhoudelijk verband houdt met de context waarin wordt overgenomen en ondergeschikt is aan het werk waarin wordt overgenomen. Citeren mag overigens alleen in ‘serieuze uitingen’. Hierbij valt te denken aan wetenschappelijke verhandelingen, aankondigingen of beoordelingen van een werk. Er zijn geen regels voor de hoeveelheid tekst die er geciteerd mag worden. De regel is dat er niet meer geciteerd mag worden dan werkelijk nodig is voor het doel. Dit wordt ook wel ‘billijk’ genoemd. Het doel moet duidelijk aantoonbaar zijn. Zo kan er bijvoorbeeld geciteerd worden om iemands mening te geven, om een aankondiging te doen of om een discussie weer te geven. Maar een heel artikel overnemen op een weblog mag bijvoorbeeld in de regel niet. Daarnaast moet het citaat getrouw zijn. Onder het citaatrecht valt ook het parafraseren van iemands zijn werk. Het is dus toegestaan dat iemand het werk van een ander in eigen woorden overneemt. Dit is wel gebonden aan dezelfde regels die voor citeren gelden, dus bronvermelding is verplicht.

Als er geen auteursrecht meer op een werk rust dan is er geen toestemming meer nodig om werk over te nemen of te citeren. Wel blijft de bronvermelding vereist. Indien het gaat om een vertaling van een werk, dan moet er worden gekeken of er nog auteursrecht rust op de vertaling. Stel, u wilt graag een gedicht overnemen van Shakespeare. U gebruikt hiervoor een Nederlandse vertaling. Deze vertaling is in 1930 gemaakt. Stel de schrijver overlijdt in 1970. Er rust dan nog tot  2040 auteursrecht op (de vertaling van) dit gedicht. U kunt de vertaling van het gedicht van Shakespeare dus niet zonder toestemming overnemen. Om deze toestemming te verkrijgen kunt u het beste contact opnemen met de uitgever.

Registeren

AANGEZIEN HET AUTEURSRECHT automatisch ontstaat en er geen formaliteiten vereist zijn, is het lastig om te bewijzen of iets uw werk is. De regel is, dat degene die iets als eerst heeft gecreëerd, de maker is en dus rechthebbende. Daarom kan het  verstandig zijn om aan te kunnen tonen dat u op een bepaalde datum iets heeft gemaakt. Als bewijs  (registratie) wordt meestal een versie met officiële dagstempel gebruikt. Maar een envelop met het manuscript naar uzelf opsturen is geen geldig bewijs. De datum moet op het document zelf staan.

Zo kunt u door middel van een registratie bewijzen dat een bepaald scenario, concept of manuscript op een bepaalde dag al bestond. Als een werk  geregistreerd wordt, betekent dit niet per se dat het ook auteursrechtelijk beschermd is. Door registratie ontstaat er geen auteursrecht maar toont u alleen aan dat u op een bepaalde datum een werk hebt geregistreerd. Een werk is immers alleen maar beschermd door het auteursrecht wanneer het voldoende concreet en origineel is en een persoonlijk stempel van de maker heeft. Het auteursrecht ontstaat automatisch als het aan deze formaliteiten voldoet.

Een registratie heeft geen directe werking tegenover andere partijen en er kunnen geen rechten aan worden ontleend. De praktijk leert dat in het geval iemand auteursrecht(en) op zijn werk claimt, de rechter in een juridische procedure uitmaakt of er auteursrecht op het betreffende werk rust en vervolgens aan wie dat dan toekomt. Hierbij is bewijs van de criteria ‘nieuw en oorspronkelijk werk’ van belang. In de procedure dient bewezen te worden wie de eerste was die dit werk zo heeft gecreëerd. Kortom: wat was de datum, wat was het werk en wie heeft het bedacht. De rechter zal vervolgens inhoudelijk uit moeten maken wat op dat tijdstip een ‘nieuw en oorspronkelijk werk’ was. Het tijdstip van ‘het werk’ zoals dat toen werd vastgesteld door middel van de registratie heeft dus wel een bewijsrechtelijke basis, maar er kunnen geen rechten aan worden ontleend.

Er zijn verschillende instanties waar u uw werk kunt laten registreren:

  • Het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE) biedt ook een dienst om documenten van een datumregistratie te voorzien. Dit heet een i-Depot. Bij dit systeem wordt het document in tweevoud aangeleverd. Beide exemplaren worden van een datumstempel voorzien. Een van de twee wordt teruggestuurd. Het tweede exemplaar wordt vijf jaar bewaard bij het BBIE (verlenging is mogelijk). Dit exemplaar kan worden opgevraagd wanneer er bijvoorbeeld twijfel is over de echtheid van het teruggezonden eerste exemplaar. 
    Met een i-Depot kan dus worden bewezen dat een beschrijving, foto of ander werk op een bepaalde datum bestond. Alhoewel deze datering door het Bureau voor de Intellectuele Eigendom gebeurt, verleent deze datering geen intellectueel eigendomsrecht zoals een octrooi, merk of modelrecht. Het is puur een bewijs dat het document bestond op die datum. Voor vijf jaar kost dit 45 euro en voor vijf + vijf jaar 65 euro. 
  • De notaris kan een document dateren middels een datumstempel (‘voor gezien’). Ook kan hij een zogeheten authentieke akte opstellen waarmee de inhoud van het document wordt vastgelegd. Een notariële akte laten opstellen is vaak relatief duur, maar heeft wel extra bewijskracht: wat de notaris daarin zegt, wordt geacht waar te zijn (art. 175 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Er kan dan geen dispuut meer zijn over de inhoud van het document.  
  • Commerciële instanties. Naast de bovengenoemde onafhankelijke instanties zijn er ook bedrijven die registratie- of dateringsdiensten aanbieden. Natuurlijk kan ook een commerciële instantie een datumstempel plaatsen, en zo’n datering kan prima als bewijs dienen. Sommige van dergelijke bedrijven pretenderen echter dat hun registratie als ‘bewijs van eigendom’ dient. Dat is niet zo. Iedereen kan elk document laten dateren. Dit zegt niets over wie de auteursrechthebbende of de maker is.